Hoe ga je om met een medewerker met burn-outklachten?
Ga het gesprek aan zodra je iets ziet, niet pas als iemand zich ziek meldt. Vraag hoe het gaat en laat de medewerker zelf vertellen wat er speelt. Bij klachten die aanhouden verwijs je naar de bedrijfsarts, want een diagnose stel je als werkgever niet.

In één alinea
Burn-outklachten zijn klachten als aanhoudende vermoeidheid, prikkelbaarheid, slecht slapen en moeite met concentreren die ontstaan wanneer iemand langere tijd meer spanning heeft dan herstel. Het woord zegt nog niets over een diagnose. Of er sprake is van overspannenheid of een burn-out, stelt een huisarts of bedrijfsarts vast.
Hoe ga je om met een medewerker met burn-outklachten?
Door het gesprek aan te gaan zodra je iets ziet, zonder te oordelen en zonder te gaan oplossen. De medewerker houdt zelf de regie. Jij biedt ruimte, luistert en zorgt dat er een volgende stap is. Bij klachten die aanhouden komt de bedrijfsarts erbij.
Een medewerker die steeds vaker moe oogt. Afspraken verzet omdat er thuis iets tussenkomt. Die altijd de rust zelve was en nu kortaf reageert in het teamoverleg. Op zichzelf hoeft dat niets te betekenen. Maar je weet niet altijd wat er speelt.
Veel leidinggevenden twijfelen dan. Is het mijn zaak? Ga ik niet te dichtbij? En wat als ik het verkeerde zeg? Die twijfel is begrijpelijk. Toch helpt wachten zelden. Wie wacht tot de ziekmelding, praat pas over het werk als het werk al stilligt.
Het speelt op veel plekken. In 2025 voelde 21 procent van de werknemers zich enkele keren per maand of vaker psychisch vermoeid door het werk (CBS, 2025).
Welke signalen kun je als leidinggevende zien?
Je ziet vooral verandering in gedrag en werk. Iemand oogt vaker moe, maakt meer fouten, trekt zich terug of reageert sneller geïrriteerd. Eén signaal zegt weinig. Het patroon over een paar weken zegt meer.
Signalen die leidinggevenden vaak noemen:
- Vaker kleine fouten of vergeten afspraken bij iemand die normaal heel precies is.
- Later mailen, eerder beginnen, geen pauze meer nemen.
- Minder inbreng in overleg of juist sneller in de verdediging.
- Vaker kortdurend ziek, een dag hier en een dag daar.
- Steeds zeggen dat het wel gaat, terwijl het er anders uitziet.
Let vooral op de medewerker die altijd ja zegt. Die nét dat stapje harder zet. Dat iemand het aankan, betekent niet dat het moeiteloos gaat.
Hoe voer je het gesprek met een medewerker die overbelast lijkt?
Begin bij wat je ziet en vraag daarna hoe het gaat. Beschrijf gedrag, geen oordeel: „Ik zie dat je de laatste weken vaak laat mailt” in plaats van „Je bent overwerkt”. Daarna luister je vooral.
Een paar dingen die het gesprek makkelijker maken:
- Kies een rustig moment. Niet tussen twee overleggen door en niet op de gang.
- Vraag open. „Hoe gaat het met je, werk en thuis samen?” geeft meer ruimte dan „Gaat het wel?”.
- Laat de medewerker bepalen wat er verteld wordt. Vraag niet door naar medische details. Dat is aan de bedrijfsarts.
- Spreek een volgende stap af. Een tweede gesprek over twee weken, een aanpassing in het werk of een verwijzing naar ondersteuning.
Het doel van het eerste gesprek is niet om iets op te lossen. Het doel is dat de medewerker weet dat het gezien wordt en dat er ruimte is om erover te praten.
Verwacht niet dat alles in één keer op tafel komt. Veel medewerkers zijn bang dat het gesprek iets zegt over hoe ze beoordeeld worden. Die zorg wordt zelden hardop uitgesproken. Een tweede gesprek levert daarom vaak meer op dan het eerste.
Wat zeg je beter niet tegen een medewerker met burn-outklachten?
Vermijd zinnen die de klachten kleiner maken of een oplossing opleggen. „Iedereen heeft het druk”, „Neem gewoon een weekje vrij” of „Je moet beter grenzen stellen” voelen goed bedoeld, maar sluiten het gesprek vaak af.
Wat wel kan helpen, is benoemen wat je ziet en vragen wat de medewerker nodig heeft. Soms is dat iets kleins, zoals een verschoven deadline. Soms is het meer, zoals tijdelijk minder uren of een gesprek met de bedrijfsarts.
Speelt er iets in de thuissituatie, zoals jonge kinderen of mantelzorg? Dan hoef je dat niet op te lossen. Het helpt al als de medewerker merkt dat het er mag zijn en dat het werk daar, waar het kan, rekening mee houdt.
Wanneer komt de bedrijfsarts erbij?
Zodra klachten aanhouden of iemand zich ziek meldt. De bedrijfsarts beoordeelt wat er aan de hand is en wat de medewerker kan. Een diagnose stellen of een behandeling kiezen is nooit de rol van de leidinggevende.
Ook vóór een ziekmelding kan een medewerker naar de bedrijfsarts, via het preventief spreekuur. Dat kan zonder dat de werkgever hoort wat er besproken is. Het zou kunnen helpen om medewerkers daar actief op te wijzen.
Coaching past vooral in de fase ervoor, als iemand nog werkt maar merkt dat de rek eruit gaat. Coaching is geen behandeling en vervangt de bedrijfsarts niet. Wat verzuim een werkgever kost, lees je in Wat kost een zieke werknemer en waar begint preventie?
Veelgestelde vragen
Mag ik een medewerker vragen of hij of zij een burn-out heeft?
Nee, naar een diagnose vraag je niet. Je mag wel vragen hoe het gaat en benoemen wat je ziet. Wat de medewerker vertelt, bepaalt de medewerker zelf.
Wat als een medewerker zegt dat het goed gaat, terwijl je iets anders ziet?
Respecteer het antwoord en houd de deur open. Zeg dat je het hebt gezien en dat de medewerker altijd bij je terecht kan. Plan een vervolgmoment, zodat het niet bij één gesprek blijft.
Kan ik als werkgever verzuim door burn-out voorkomen?
Niet altijd, maar je kunt de kans verkleinen. Eerder signalen zien, het gesprek aangaan en werkdruk bespreekbaar maken helpen daarbij. De medewerker houdt zelf de regie over wat er thuis en op het werk verandert.
Bronnen
- CBS (2025). De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden.
Herken je dit bij een medewerker?
De gratis signalenkaart helpt leidinggevenden signalen te herkennen. Met vragen waarmee je het gesprek kunt openen.


